Werknemers zijn bereid meer geld opzij te leggen voor later, nu blijkt dat het pensioen lager uitvalt dan eerder werd gedacht. Om het gat te repareren, opteren veel werknemers ervoor dit spaarbedrag in individuele bijspaarregelingen te steken, in plaats van in het eigen pensioenfonds.
Dit blijkt uit onderzoek dat bureau Gfk in opdracht van pensioenverzekeraar Generali onder duizend werknemers heeft verricht. Volgens directeur Jaap Oudijk van Generali blijkt uit de resultaten ’toch een vorm van wantrouwen van werknemers jegens hun pensioenfonds. Ze zijn kennelijk teleurgesteld in de negatieve resultaten als gevolg van de kredietcrisis.’
Pensioenfondsen zijn door de krach op de financiële markten hard geraakt. De dekkingsgraad – de verhouding tussen de beleggingen en de uit te keren pensioenen – van 342 van de ongeveer 600 fondsen is onder de minimale vereiste van 105% gezakt.
Korting op pensioenuitkeringen
Het grootste deel van deze fondsen kan de pensioenuitkeringen de komende jaren niet of nauwelijks laten meegroeien met de inflatie. In twintig gevallen bestaat grote kans dat er ook op de vaste of ‘nominale’ pensioenuitkeringen wordt gekort. Zo’n 90% van de Nederlandse werknemers draagt verplicht premie af aan de collectieve aanvullende pensioenregeling.
Volgens Gfk is bijna de helft van de werknemers bereid bij te sparen om het tekort dat bij de pensioenfondsen is ontstaan, aan te vullen. Driekwart van hen wil dit echter niet toevertrouwen aan het eigen collectieve pensioenfonds, maar dit zelf beleggen of steken in aanvullende verzekeringsproducten. Langer doorwerken om het pensioenfonds te verlichten, zoals nu door het kabinet wordt overwogen, wordt door de meerderheid van de werknemers afgewezen.
Werknemers kunnen teruggang niet inschatten
Uit het onderzoek blijkt verder dat werknemers in het ongewisse blijven over de werkelijke teruggang die hun te wachten staat. Aangegeven wordt dat het voor hen zonneklaar is dat de uitkeringen lager zullen uitvallen, maar ze hebben volgens Gfk ‘geen idee om welke bedragen het gaat’.
bron: FD.nl