In juli werden traditiegetrouw de halfjaarcijfers bekend gemaakt. ’s Lands grootste pensioenfondsen hebben welig getierd en de vooruitzichten voor indexatie zijn dan ook goed. Obligaties lieten het weliswaar afweten – ABP noteerde voor deze categorie bijvoorbeeld -0,7% – maar dankzij de stijgende rente en goed renderende zakelijke waarden staan de dekkingsgraden toch te glimmen in de zomerzon.
ABP haalde vooral sterke reslutaten uit aandelen (9,2%), private equity (18,2%) en hedgefondsen (8,5%). Op vastgoed leverde het ambtenarenfonds juist in, met -1,9%. ABP’s beleggingsresultaat over het eerste half jaar bedroeg 3,1%. Het fonds heeft nu een vermogen op de teller van ruim 215 miljard euro en een dekkingsgraad van 148,8%, een stijging van 15,3 procentpunten ten opzichte van ultimo 2006. PGGM doet het nog een dekkingsgraadje beter: Het zorgfonds zag de dekkingsgraad met 19% stijgen naar 153%. PGGM’s totaalrendement steeg de eerste zes maanden naar 4,9%. Als best renderende beleggingscategorieën noemt het fonds private equity (17,5%), vastgoed (10,5%) en aandelen (9,2%).
Pensioenfonds Metaal en Techniek, met 33 miljard euro aan vermogen het derde grootste pensioenfonds, behaalde over eerste half jaar een rendement van 3,8% en de dekkingsgraad schoot omhoog van 140 naar 153%. Het pensioenfonds voor de grootmetaal, PME (21 miljard euro pensioenvermogen), heeft het renterisico voor 75% afgedekt en profiteert dus minder van de gestegen rente. Het fonds zag zijn dekkingsgraad in de eerste zes maanden met 8% oplopen tot 136%. Het totaalrendement over het eerste halfjaar kwam uit op 2,2%. PME meldt vooral hoge rendementen op speciale projecten zoals bosbouw, Amerikaanse levensverzekeringspolissen en lokale Chinese aandelen.
Het Spoorwegpensioenfonds, met ruim 12 miljard euro vermogen, behaalde een rendement van 4,7% en noteert nu een dekkingsgraad van 198%.
bron: npn-online.com