De twee grootste pensioenfondsen van Nederland, ABP en Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PZW), kunnen de pensioenen van de werknemers en gepensioneerden niet volledig aanpassen aan de inflatie. Dat blijkt uit de derde kwartaalcijfers die de pensioenfondsen donderdag hebben gepubliceerd.
De dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen, is bij beide fondsen gedaald onder de 125 procent. De daling is het gevolg van de onrust op de financiële markten. Niet alleen de aandelenmarkten kelderden, ook de beleggingen in grondstoffen en hedgefondsen werden minder waard.
De pensioenfondsen maken in december bekend hoe hoog de indexatie, de aanpassing aan de loon- en prijsstijging, zal zijn. Vanwege de turbulentie op de financiële markten willen ze de beslissing niet alleen laten afhangen van de situatie op 30 september. Sinds die dag zijn de beurzen verder gedaald.
APB, het fonds voor ambtenaren en onderwijzers, en PWZ voor de zorgsector moeten vanwege de daling van de dekkingsgraad een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank (DNB). Fondsen waarvan de dekkingsgraad is gedaald onder de 125 procent moeten aan DNB laten weten hoe ze de dekkingsgraad de komende vijftien jaar willen opkrikken. Bij ABP is de dekkingsgraad uitgekomen op 118 procent. Het vermogen zakte met bijna 10 procent naar 195 miljard euro.
De fondsen hebben grofweg drie manieren dit te doen. Ze kunnen de indexatie beperken. Ten tweede kunnen ze de premie die werknemers en werkgevers betalen, verhogen. Ten derde kunnen ze hun beleggingsmix veranderen, bijvoorbeeld door het belang in aandelen te verminderen.
Ook bij PME, het pensioenfonds voor de metalektro, is de dekkingsgraad scherp gedaald. Aan het eind van het derde kwartaal was de dekkingsgraad 112 procent. Sinds het einde van het derde kwartaal is de dekkingsgraad gedaald tot onder de 105 procent. Onder deze dekkingsgraad mag het fonds niet indexeren.
bron: Volkskrant.nl