Pensioen, dat komt later wel

Als jongeren iets saai vinden, is het nadenken over hun pensioen. Toch kunnen ze dat beter wel doen, willen ze straks niet een armzalige oude dag hebben.

Pensioen. Ach ja, pensioen. Als je midden in het leven staat, hoef je daar echt niet mee bezig te zijn. Dat komt later wel. Zo denken de meeste jongeren over hun oudedagsvoorziening, blijkt uit onderzoeken.

Bent u daar nog? Fijn! Mensen tussen de 25 en 40 jaar haken namelijk massaal af als het woord pensioen valt, blijkt uit een enquête van ING. Het onderwerp wekt zelfs zoveel weerzin op dat ze aangeven liever een gehaat bezoek aan de tandarts te brengen dan aan een pensioenadviseur. Slechts één ding vinden jongeren erger dan nadenken over pensioen: ‘filerijden op zondag’.

Deze desinteresse heeft desastreuze gevolgen. ‘Veel jongeren ruïneren hun pensioenopbouw zonder dat ze het in de gaten hebben’, zegt Jamila Aanzi, vicevoorzitter van FNV Jong. Allerlei activiteiten die onder jongeren populair zijn, knagen aan hun toekomstige pensioen. Jobhoppen richt grote schade aan. Maar ook een tijd in het buitenland werken of je carrière onderbreken zijn slecht.

De nieuwste oprukkende pensioenvijand is volgens Aanzi de zogenoemde afkoopregeling. Pensioenfondsen bieden werknemers geld als ze afzien van hun pensioen. Dat is sinds begin vorig jaar toegestaan voor pensioenen die kleiner zijn dan 400 euro. Omdat het voor pensioenfondsen gunstig is (ze hoeven geen dure administratie van de pensioenen bij te houden) houden ze veel werknemers een zak met geld voor. Het zijn vooral twintigers en dertigers die verschillende kleine pensioentjes hebben.

Met een fooitje afgekocht
De meeste jongeren zeggen ‘ja’ tegen de afkoopmogelijkheid. ‘Het klinkt aantrekkelijk om 950 euro te krijgen als je afziet van 400 euro aan opbouw. Maar als ze hun pensioen laten staan of meenemen naar een nieuw pensioenfonds wordt het geld veelal jaarlijks aangepast aan de inflatie. Dan is het bedrag na hun vijfenzestigste ruim 3.000 euro waard. Jongeren worden nu met een fooitje afgekocht en krijgen later problemen.’

Jobhoppen kan de pensioenen ook aantasten. Het probleem doet zich voor als de werknemer gaat werken in een andere bedrijfstak (en hij daarvoor pensioen opbouwde bij een bedrijfstakpensioenfonds) of bij een andere werkgever (en daarvoor pensioen opbouwde bij een ondernemingspensioenfonds). Werknemers storten namelijk in hun oude fonds geen premie meer. Ze worden zogenoemde ‘slapers’. Meestal past het fonds het pensioen ook niet meer aan aan de oplopende inflatie. En met de opbouw van nu, kun je over dertig jaar niet veel meer kopen.

Pensioenfondsen zijn vooral gunstig voor de oudere generatie werknemers die lange tijd bij dezelfde baas blijft. ‘De jongere generatie is nou eenmaal niet trouw aan één baas. Voor hun dertigste zijn ze vaak al drie keer van baan gewisseld’, zegt Aanzi.

Dat is zeker het geval bij uitzendbanen. Bij uitzendbureaus bouwen werkenden pas pensioen op na een half jaar werken voor de dezelfde uitzender. ‘Maar jongeren wisselen vaak voor het verstrijken van die periode al van uitzendbureau, waardoor ze nooit toekomen aan het opbouwen van pensioen.

Dramatisch? Ja, vinden Gerben Schreurs en Edward Snieder, pensioen­adviseurs bij accountantsorganisatie KPMG. ‘Juist deze generatie is erg consumptiegericht en spaart bijna niet. Ze hebben geen ander potje om op terug te vallen. Als zij te weinig pensioen opbouwen, hebben ze later echt een armzalige oude dag’, zegt Schreurs.

De adviseurs hebben onderzocht wat verschillende pensioenfondsen doen om jongeren daarvan bewust te maken. De uitkomst: ‘Vrijwel niks’. Jammer, vinden de adviseurs. Jobhoppers kunnen vaak hun pensioen redden door het mee te nemen naar het nieuwe pensioenfonds. Werknemers moeten daar echter zelf veel moeite voor doen. ‘Maar als we weten dat jongeren niet aan pensioen denken, zouden fondsen hen de informatie moeten voorschotelen. Het liefst moeten jongeren het via internet kunnen regelen.’

Behoorlijk hoog rendement
Tot een opstand van jongeren is het nog niet gekomen. Niet zo gek, want ze denken dat het met hun pensioen wel goed zit, blijkt uit onderzoek van de stichting Pensioenkijker. Een zegen voor de pensioenfondsen, want als jongeren doorkrijgen dat ze veel geld voor niets betalen, kunnen ze tot de ontdekking komen dat ze beter af zijn als ze zelf sparen voor hun oude dag.

‘Dat zou rampzalig zijn’, zegt Snieder. ‘Voor een goed pensioen moet het rendement behoorlijk hoog zijn. Iedere euro spaargeld moet na je 65e 5 euro pensioen opleveren. Alleen door risicovol te beleggen kun je zulke rendementen halen. Dat kun je beter doen in een collectief dat de risico’s goed kan spreiden.’ Jongeren zorgen voor een grote omslag op de pensioenmarkt, voorspelt Schreurs. De tijd lijkt rijp om het anders te doen en pensioensparen te koppelen aan iets dat minder aan verandering onderhevig is dan een arbeidsrelatie. Wat dan? ‘De eerste letter van je achternaam of Hyves.’

bron: DePers.nl